Open van maandag tot en met zaterdag

De balk van het Engelenhuisje

De balk van het Engelenhuisje

Van Florentijns natiehuis tot Brugse legende

Sommige museumstukken spreken niet alleen tot de verbeelding, maar vertellen ook een rijk historisch verhaal. De monumentale eiken balk met zes engelen uit het zogenoemde Engelenhuisje in de Brugse Schaarstraat is daar een treffend voorbeeld van. Dit indrukwekkende laatmiddeleeuwse beeldhouwwerk - meer dan 3,5 meter lang - verbindt de internationale handelswereld van het 15e-eeuwse Brugge met de wereld van legende en verbeelding. Doorheen de eeuwen verhuisde de balk van een prestigieus natiehuis naar een bescheiden stadswoning en uiteindelijk naar het Kasteel van Loppem, waar hij vandaag als topstuk wordt bewaard. In deze blogtekst duiken we in de rijke geschiedenis van dit bijzondere erfgoed - en wie weet raak je wel overtuigd om je stem uit te brengen.

Een oude postkaart toont het
Engelenhuisje met de
originele balk. 

Historische achtergrond

De balk werd omstreeks 1460-1470 vervaardigd in Brugge uit een massief stuk eikenhout. In dat hout verschijnen drie paar engelen, telkens van elkaar gescheiden door schematisch weergegeven wolken.  Twee aan twee dragen zij ovale wapenschilden met de kenmerkende lelie van Firenze. Dit moet wel een verwijzing zijn naar de Florentijnse aanwezigheid in Brugge.

Resten van polychromie en vergulding wijzen erop dat het geheel oorspronkelijk rijk gekleurd was en een nog luxueuzere indruk maakte. De plastische uitwerking, de ritmische opbouw en de elegante engelfiguren plaatsen het werk overtuigend binnen de laatgotische beeldhouwkunst van de tweede helft van de 15e eeuw.

Al deze kenmerken wijzen erop dat de balk oorspronkelijk deel uitmaakte van een interieurdecoratie in het Brugse Florentijnse natiehuis. Dat pand bevindt zich op de hoek van de Academiestraat en de Vlamingstraat en was een belangrijk centrum van internationale handel in het Bourgondische Brugge. Het Florentijnse natiehuis is nog steeds terug te vinden in de Brugse straten. Het originele gebouw gaat terug tot de 13e eeuw. Rond 1430 werd het verrijkt met een indrukwekkende schermgevel net zoals dat het geval was bij de nabije Genuese loge en het Huis ter Beurse. Vandaag herbergt dit historische pand een restaurant met een wel zeer toepasselijke naam: De Florentijn.

De balk van het Engelenhuisje, voedsel voor een volkslegende

Op een onbekend moment, maar zeker voor 1885, werd de balk hergebruikt in de gevel van het huis in de Schaarstraat 54. Dit kleine maar markante huis met trapgevel groeide daardoor uit tot een opvallend element in het Brugse straatbeeld. Tot vandaag is het niet geweten hoe en waarom de balk daar terecht kwam. Enkel een volksverhaal probeert een verklaring te geven op magische wijze.

Volgens de overlevering woonde in de 16de eeuw in het kleine huisje in de Schaarstraat een eenvoudige tuinier met zijn vrouw en hun dochter Annemieke. De buurt zag er toen heel anders uit dan vandaag: er lagen nog weilanden en groentetuinen, en veel woningen verkeerden in bescheiden staat. Het gezin leefde sober van wat de vader op de markt kon verkopen — fruit, kolen, rapen, uien en bonen — en vooral in de winter was het leven hard.

Annemieke stond in de buurt bekend als een vriendelijk en ijverig meisje. Toen ze ouder werd, mocht ze haar vader helpen op de markt. Daar trok ze al snel de aandacht van een jonge edelman. Hij kwam steeds vaker langs haar kraampje en betaalde opvallend gul voor haar koopwaar. Wat begon als een toevallige ontmoeting groeide langzaam uit tot een wederzijdse genegenheid.

Toch bleef Annemieke ongerust. Ze vreesde dat het grote verschil in afkomst hun geluk in de weg zou staan. Vooral schaamde ze zich voor het bouwvallige huisje waarin haar familie woonde. Toen de jongeman op een dag voorstelde haar naar huis te vergezellen om haar vader om haar hand te vragen, durfde ze nauwelijks toe te stemmen.

Volgens het verhaal bracht Annemieke die dagen door in vurig gebed. En dan gebeurde het wonder waarop de legende drijft. Toen het gezin op een ochtend wakker werd, bleek hun vervallen woning plots hersteld: de gevel stond recht, de barsten waren gedicht en boven het venster prijkte een prachtig gebeeldhouwde balk met zes engelen.

De buurtbewoners spraken van een mirakel. Annemieke kon haar geliefde zonder schaamte ontvangen, en niet lang daarna volgde een feestelijke bruiloft in Brugge. Het jonge paar zou later, zo wil het verhaal, zelf met zes kinderen gezegend zijn — een mooie echo van de zes engelen op de balk.

Een plekje in het Kasteel van Loppem

Gezien de balk deel uitmaakte van de interieurdecoratie van het Florentijns natiehuis, was hij niet bestendig tegen de gure weersomstandigheden die kenmerkend zijn voor de Belgische winters. Decennialange blootstelling aan weer en vervuiling tastten het hout van de balk ernstig aan. Gelukkig gaat de zorg voor het Engelenhuisje al ver terug in de tijd. In de 19de eeuw kocht kasteelvrouw Savina de Gourcy het pand van “Pietje Brilleman” op om sloop te voorkomen en zo de balk te redden. Zij schonk het vervolgens aan haar zoon Ernest van Caloen, die het later doorgaf aan zijn petekind Roland van Caloen.

Bij de restauratiecampagne van het huisje in 1988–1990, werd vastgesteld dat het oorspronkelijke beeldhouwwerk te kwetsbaar was geworden om nog langer aan de buitenlucht bloot te stellen. Daarom besliste de Stichting Jean van Caloen om de balk te vrijwaren. Zo kreeg de balk een museale bestemming in het Kasteel van Loppem, terwijl in de gevel van het huis een nieuwe, sobere balk werd aangebracht. De restauratie van het Engelenhuisje werd in 1990 bekroond met de prijs voor monumentenzorg van de Marcus Gerardsstichting, en de balk heeft sindsdien een vaste plaats in de kunstcollectie. 

Vind jij ook dat dit uitzonderlijke laatmiddeleeuwse beeldhouwwerk een plek in de schijnwerpers verdient? Vanaf 16 maart kan je hier stemmen en ons zo helpen om onze balk te verkiezen tot Museumstuk van het Jaar!